Lang zal ze leven!

Mijn moedertje, vandaag is ze 80 jaar geworden. En wat twee dagen feesten had moeten zijn werd ‘eenzame’ opsluiting. Dan wel met de, voor haar, leukst mogelijk denkbare man; mijn vader. Maar social distancing is het advies. Anderhalve meter maar liefst en dat advies nemen we heel serieus.

Mijn broers en ikzelf hebben elkaar al 10 jaar niet gesproken. Dit tot verdriet van onze ouders. De grootste wens van ma, haar kinderen bij elkaar, op haar 80ste verjaardag. Dat leek een onmogelijke opgave. Ik wilde wel in de tuin zingen, zoals mijn pa vroeg, maar niemand nam initiatief. Maar, waar Corona mensen uiteen drijft bracht ze ons bijeen.

Gisterenavond laat, ik baalde van de situatie. Het moest toch mogelijk zijn mijn moeders wens te vervullen. Met een sluipmoordenaar als Corona om de hoek realiseer je jezelf hoe kwetsbaar en broos het leven is. Ik trok mijn stoutste schoenen aan en mailde mijn broers. ‘Stuur me s.v.p een filmpje waarin je ‘Lang zal ze leven’ zingt. Ik monteer het dan wel tot 1 filmpje. Zo zijn we toch beetje bij elkaar. En, zo redeneerde ik, iets is beter dan niets.

Dave mijn jongste broer (foto) reageerde meteen. ‘Leuk maar laten we dan zingen in de tuin’. Mijn plan, zei ik, maar dan moet jij Laurens overhalen. En zo geschiedde. 10 jaar na het begin van het einde waren we weer samen. De onenigheid begon namelijk in Antwerpen waar we mijn moeders 70ste verjaardag vierden. En nu zongen we uit volle borst ‘Lang zal ze leven’ in de tuin. Op veilige afstand van elkaar, want door Corona was het perfect legaal wat afstand te houden. En wat genoot ze, onbetaalbaar, die lach en die traan.

Tuurlijk had pa ook aan ons gedacht. In de tuin stond een tafel met daarop gevulde eieren, meloen en champagne. Dave had voor iedereen een taartje om thuis te proosten op ma’s verjaardag. Ook leuk! Het was zo raar. Daar stond ze dan, klein maar dapper. Ver van ons af, overmand door emotie. Met een grijpstok werden enveloppen uitgewisseld. Kussende lippen werden gescheiden door een glazen wand. Er was afstand maar nooit eerder waren we zo dicht bij elkaar.

Thuis aangekomen kregen we bezoek van DIS. Teun had een waar feestmaal bij. Het was voortreffelijk. En veel. Veel teveel. En zo werd deze dag, die door Corona een slechte start maakte toch nog een dag om nooit te vergeten. En wat er ook gebeurd is, wat er ook gezegd is, ik realiseer me vandaag meer dan ooit. Mam ik hou van je!

Lang zal ze leven!

Leeftijd; ‘een gewoon of significant getal?’

For me ages is defined by the way we think & operate, right? Age is just a number to keep track of the development of body cells. The way we think has a really big impact on our cells. I believe this is the best way to keep the body young. for some reason.

28 jaar is hij. Mahavir, een Indiër die in Londen woont. Heel recent stuurde hij mij dit bericht op Lexa. Een datingsite. En echt waar, er staat gewoon dat ik 51 ben en mijn foto’s zijn up-to-date. En geloof me, hij is niet de uitzondering. Mahavir wil vanuit Londen naar Nederland vliegen voor een date. Een date met een belegen kaasje.

Deze zomer nog zwoer ik NOOIT te daten met een man jonger dan 45 jaar. Ik werd erom uitgelachen. Door jongere mannen. Door ‘oudere’ dames. Mannen van mijn leeftijd niet. Zij begrepen het wel. Waarschijnlijk uit angst. Wat als zij noodgedwongen moeten uitwijken naar de 70+ categorie? En eerlijk; kijk voor de grap naar Dré en Bridget, de hoon en spot. Ikzelf was ook zo hoor. Maakte dit soort relaties belachelijk en zij maakte zichzelf onsterfelijk belachelijk. Zo redeneerde ik.

Maar toen. In Augustus kwam hij voorbij. De knappe, lastige, volhardende, eigenwijze, intelligente, andersdenkende man. 38 jaar was hij en ‘he got onder my skin’. Hij wilde niets weten van mijn principes. Ik was ‘rigid’ en hij wilde een kans. Hij gaf niet op omdat ik graag moeilijk wilde doen. Ik had 2 dates met hem, talloze telefoongesprekken en veel, teveel, discussie. Het mocht helaas niet zo zijn.

Nu word ik donderdag 27 februari 52. Ik zou liegen als ik zou zeggen ‘Doet me niets’. Want het doet me wel wat. Maar Mahavir en de onbekende man hebben mijn kijk veranderd. Toen er ooit een jonkie wilde daten zei iemand me ‘Hij is misschien jong maar hij is toch volwassen’. Zo had ik het ook nog niet gezien. Je draagt de last van je eigen vooroordeel. Het is lastig onbevangen te genieten als je bent geworden wat je voorheen bespotte.

Maar goed, 52 dus. Als een man vroeger tegen me zei ‘Leeftijd is maar een getal’ dan zei ik altijd ‘Een significant getal’. En ik begrijp mensen die leeftijd zien als (praktisch) probleem. Ik heb mijn lessen geleerd en denk vaak aan hoe het bericht van Mahavir eindige : For some reason I feel like gravitating towards you. I feel like I have an old soul at times.

Voor mij is leeftijd geen reden meer om een ander geen eerlijke kans te geven in de liefde. En daarom zeg ik met een heel klein beetje pijn in mijn hart ‘Welkom 52’.

‘Mama, wel door het speciale straatje hè’

Zo nu en dan gaan Mec en ik naar de friettent. Naar cafetaria Van Oranje. Twee kleine friet satésaus. Twee kroketten. Twee kleine milkshake vanillië zonder siroop. Steevast vraagt men ‘Gewoon ijs?’. Steevast antwoorden wij ‘Ja, alleen ijs.

Naar huis, dat wil Mec daarna nooit. ‘Ik heb geen zin om naar huis te gaan’. Ook dat is vaste prik. En zo kwam het. Lang geleden gingen we daarna weleens naar Aa-broeken. Even wandelen. Even uitbuiken. In dat mooie stukje Veghel. Bij Oranje rechtdoor. Dan het zandpad bij de scouting. Over de brug. Bestemming bereikt!


Het zandpad. Dat vindt hij leuk. Gortdroog in zomer. Modderig in herfst. Driften in de avond. En lol dat hij heeft. Onbetaalbaar. Het plezier. Altijd weer. En heel vaak zei ik. Waarschuwde ik hem. ‘Mec, dit gaat ooit fout’. Maar dat deerde hem niet. Want het ging nog altijd goed. GING!

Vandaag bij Oranje. Eenmaal in de auto. ‘Mama, wel door het speciale straatje hè’ Dat zei hij. Ik waarschuwde hem. “Mec dit gaat een keer fout’. Eerst zeurde hij. Dus ik weer ‘Dadelijk gaat het fout hè. Glijden we de Aa in. Verdrinken we. Krijgen we kramp. Daar in dat ijskoude water.’ Voor het eerst. Twijfel. Maar toen stonden we er al.

Ik zag hem glunderen. Maar ook angst. Wat als we echt glijden. Die Aa in. Dat ijskoude water in. En verzuipen. En ik dacht. F.ck it, let’s have some fun. In het donker. Dat pikkedonker. Ik zag niets. Ineens diepe sporen. Vol water. Vol slijk. We gingen langzamer. En stonden stil. Muisstil.

Gas. Spinnende wielen. Enorme rookpluimen. Ik uit de auto,. Karton onder de wielen. Boodschappentassen ook. Teruguit rijden. Niets. Trekkabel vastgemaakt. Trekken. Duwen. Niets. Op mijn knieën. Slijk zat tegen de bodemplaat. De modder zoog ons vast. Blote handen. Graven. Mec die had zijn Nike’s aan’. Die stond op sokken. Niets te doen. Ja, te filmen, lachen en klagen.

‘Bel opa’ zei Mec. Opa bellen? Ik vraag eigenlijk nooit om hulp. Zeker niet van opa. Ben ik te trots voor. Maar dan wat? Na zo’n 20 minuten. Ik bel toch maar even. Ma nam op. ‘Pa….die zit net in de sauna. Waarom? Moet je hem hebben? Uhhhh, als het kan. Even later was hij daar. Die ouwe van mij. Hoewel we onze geschillen hebben. Hij was er. Hij kwam te hulp. Onze reddende engel. Zonder morren. En dan besef je weer. Die man is goud.

Het kost Mec een etentje. Dat zei opa voordat hij kwam. En Mec. Mec besloot met te zeggen: ‘Nou hoeven we nooit meer door het speciale straatje mam’.

Nog steeds die ogen…..

Onze bank. De grote blauwe bank. En de eettafel. Dat zijn de plekken. Onze ‘ontmoetingsplekken’. Tegenwoordig dan. Daar gebeurd het. Daar zijn we nog ‘moeder en kind’. Weinig gekibbel. Ondanks onze transitie-teit/tijd. De zijne. De puberteit. De mijne. De meno-pauze.

De beste plek. Die heb ik. Op de bank bedoel ik. Mec ligt/zit naast me. Gelukkig! Die hele lange benen. Die liggen op mij! Geen voetveeg. Maar voetenbank. Dat ben ik. Voor hem dan. Het ligt lekkerder. Plaats zat hoor. Op de bank. Toch doet hij het zo. Lief maar onhandig.

Donja 1968

Veghelse gratis markt. Een Facebook groep. Ik scrolde er doorheen. Daar was hij. Een voetenbank. Zwart en leer. Gratis. Daar ben ik van. Het gratis. En goed is goed. Die is van mij. Dus reageerde ik. ‘Kom maar halen’. Dat schreef ze. Via messenger. We spraken af. In de middag. Ik reed er heen. Samen met Mec. Na een middagje Uden.

Mec is 17. Die bleef zitten. In de auto. Uiteraard. Ik liep naar nr. 22. In Veghel. Belde aan. Honden sloegen aan. De deur ging open .Eerst die snoet. Van een collie. Toen een vrouw. Vriendelijk ogend. Met een glimlach. Voetenbank in de hal. Tussen ons in.

Haar gezicht betrok. Hand op de kin. ‘Uhhh, Donja toch?’. ‘Uhhh, ja :-)’- ‘Van Ton?’ vroeg ze. ‘Klopt, van Ton’ zei ik. ‘En Bet…uhh’. ‘Betty, vulde ik aan’ ‘Ja Betty, zo was het’. ‘Goh’. Toen zei ze. ‘Ik heb jou pap gegeven als baby en in badje gedaan.’ Haar trekken verzachten. ‘Oh, wat leuk’ zei ik. Hoe oud was je dan? Toen je dat deed? Hoe kwam het? Was je een buurmeisje?

Ik was 14/15. Via een advertentie. Ik woonde op ‘t Zuid. Vervolgde ze. Goede herinneringen. Die blijven bij. Jouw ogen ook. Als baby al. Je hebt het nog steeds. Die ogen….. Wow, wow, wow, dacht ik. Ze vertelde: Ik kwam in de ochtend. Je zat in je stoeltje. Ik moest je pap geven. En in badje doen. Je moeder was vaak weg. Je vader zag ik bijna nooit. Ik zat soms hele dagen alleen. Met jou en je broertje. Ik luisterde ademloos. Toen je reageerde. Ik dacht ‘Zou het’. Ik ken namelijk maar 1 Donja. Dat ben jij. Ze opende de tussendeur. Enthousiast zei ze ‘Ze is het, je weet wel Donja.’. Je mag wel binnenkomen.

Het ratelde. In mijn hoofd. Altijd eigenlijk wel. Jeetje, Laurens en ik. We werden alleen gelaten. De hele dag. Met een 14/15 jarige. Zij had de zorg. Over 2 kindjes onder 3 jaar. Pffff. Ik weet. Andere tijden. Andere mentaliteit. Toch confronterend.

Mec moest uit de auto. Even kennismaken. Met deze vrouw. De lieverd. Even delen. ‘Ons verhaal/verleden’We kletste nog. Over haar leven. Haar gezin. Haar honden. En het voetenbankje. Die avond. Lagen Mec’s voeten daar. Op dat bankje. Een bankje, met een bijzonder verhaal.

Toeval…..het bestaat niet.

Nooit zul jij kinderen krijgen

De helft van mijn kinderloos leven. Minimaal. Zo lang al. Nooit zou ik kinderen krijgen. En nooit was nooit. Mijn hormoonlevels. Zo uit balans. Zelfs spuiten zou niet helpen. De balans herstellen. Dat ging ook daar niet mee. Zo verzekerde ze mij. In Bernhoven.

Eerst Lips. Gynaecoloog Bernhoven. Daarna Ruis. Henk Ruis. Geen onbekende. Hij kwam in opspraak Met zijn kliniek. Voor vruchtbaarheid. Toen nog gewoon gynaecoloog. De mijne. Bijzondere man. Ik mocht hem. Zijn bevlogenheid. Passie. Zijn honger naar kennis. We waren gewaagd. Aan elkaar. ‘Van Heeswijk, neem nou van mij aan dat jij NOOIT kinderen zult krijgen’. Dat zei hij vaak. Als ik iets gelezen had. Over behandelingen. Van PCO. Oestogeendominantie, Amenorroe of endometriose.

Begin 2001. Carnaval in Ivrea. Italië. Sinaasappels gooien. Fenomenaal. En werken. In Torino. Wie Italië zegt, zegt eten. Lekker eten. Ook in Torino. We liepen binnen. In het restaurant. Hij zat aan een tafel. Achterin. Een Tarotkaart lezer. Hij wilde kaart leggen. Tuurlijk dacht ik. KASSA. Met Alfredo (Italiaanse ex) als tolk. Ik nam plaats. Ik mocht wat vragen. En hij zou vertellen. Over mij. Mijn toekomst. Zijn voorspelling? Ik zou moeder worden. Van een zoon. Op mijn 34ste levensjaar. Lachend gingen we. Bespottelijk. Zie je wel. Geldklopperij. Dat zeiden we.

Totdat, 29 april 2002. Ik was er weer. In het ziekenhuis. Op controle. Had vage klachten. Zoals zo vaak. Dus weer een echo. Eerst inwendig. Ik keek naar Ruis. Hij keek. Op de monitor. Hij trok wit weg. Uitwendige echo. En toen ‘Wat zou je ervan vinden als je zwanger bent en niet zo’n beetje ook’. Een lachsalvo. Die volgde. Met de woorden ‘Dat kan toch niet’. ‘Dat dacht ik ook’ zei hij. Kleed je aan. Ik zit hiernaast. Weg was hij.

Daar zat hij. Hoofd gebogen. Kaartje voor zich. Hij speelde ermee. Vluchtig keek hij op. ‘Je bent ruim 22 weken zwanger. Kom morgen terug. Als je abortus wil moet dat snel. Overmorgen trouwens. Morgen is het Koninginnedag. Maak maar een afspraak bij de assistent. Hij stond op. Verontschuldigde zich. En weer vertrok hij.

Vier maanden later. Op de 26ste. 26 augustus kwam hij. Werd hij gehaald. Dat klein wonder. Van 3980 gram. Met een bos donker haar. En de arts? Die deed afstand. Van mij. Als patiënt. Eén keer nog, sprak ik hem. Nooit was iemand zo blij. Blij met een blunder. Een medische blunder. Blij als ik. Want Mec. Onvoorwaardelijke liefde.

Hieperdepiep hoera lieverd. 17 jaar al mijn nummer 1. Fijne verjaardag

Julie & Anne

29 september 2017. Wie herinnert zich het niet. De foto’s van Anne. Anne die een stuk ging fietsen. De prachtige 25 jarige blondine uit Utrecht. Natgeregend. Het peace-sign gebarend. Die foto. Hij staat in mijn geheugen geprint. Voor mij was het toen al klaar. Ken je dat? Dat gevoel? Michael P. Officieel hadden ze elkaar daar nog niet gezien. Maar die blik. Dat peace-gebaar……….

Dan wordt het 4 mei 2019. De eveneens prachtige Belgische 23 jarige Julie van Espen verdwijnt. Ook zij is onderweg. Naar haar vriendinnen. Zoals wel vaker. Op haar fiets. Ook zij verdwijnt. Dit keer geen foto van Julie. Maar een foto van S.B. De Michael P van Antwerpen.

Foto van AD

Augustus 1984. Ik was 16. Liep in de supermarkt. Ik denk AH (maar zat die er al?) De radio stond aan. Mijn aandacht werd getrokken door het nieuws. Door een vermissing. Van een 19 jarig meisje. Germa van de Boom. Dit nieuws. Een heftige aanranding dat jaar. Met carnaval. Waar ik doodsangst uitstond. Hier begon het…..

Hier begon mijn fascinatie. De fascinatie voor de dood. Onnatuurlijke dood. Moord dus. Ik ben geen lezer. Heb er het geduld niet voor. De rust. Maar ik las er veel over. Ik ben niet pervers. Maar ik wil het begrijpen. Hoe je achteloos mensen dumpt. Achterlaat voor vuil. Hun identiteit ontkent. Hun bestaan. Voor een adrenaline rush. Gebruiksvoorwerpen. Dat zijn het voor hen.

Terug naar nu. Dit weekend. Zoonlief ging naar Solex Race. Met zijn vrienden. Hij logeerde bij een vriend. Twee nachten. Zijn vriendinnetje ging ook. Met haar vriendinnen. Afzonderlijk van elkaar. Het zal hip zijn.

Het was na vieren ‘s nachts. Ik hoorde voetstappen. Ze kwamen de trap op. Gerommel aan de tussendeur. Boven aan de trap. Mijn adem stokte. WTF. Mijn hart bonkte. Hard. Mec was logeren. Indringers? Ineens geklop. ‘Hallo’. ‘Mama, maak even open’. Mec klonk. Hoe dan? Wat dan? Om 01:00 ging ik slapen. Hij was daar. Zou tot 03:00 blijven. Dan bleef hij logeren. Ruzie?

Ik stond op. Strompelde naar de deur. Opende. “Wat doe jij hier?’ Hij: ‘Ik heb je toch net ge-appt’ (om 04:07 had hij geappt ‘ben bijna thuis’)Je bleef toch slapen? Waarop hij zei ‘Klopt. Maar V (zijn vriendinnetje van net 16) moest dan van Heeswijk alleen naar Mariaheide fietsen. Dat vond ik geen goed idee, en jij ook niet, dus heb ik haar maar thuis gebracht.’ Mijn hart bonkte. Hard. Trots op zijn besluit!

Germa. Ze is nooit gevonden. Dat ze dood is. Dat is zeker. Zoveel roofdieren. Gekken. Zieke geesten. Tijdbommen. Dieven. Wees zuinig. Op elkaar. Er zijn er al teveel. Ann, Eefje, Germa, Nicky, Nicole, Melanie, Diya, Maja, Milly, Savannah, Romy etc. etc. Oh ja, en natuurlijk Anne en Julie.

Blood is thicker….

Familieperikelen. We houden ze het liefst binnenkamers. Zeker in mijn ‘familie’. Aanzien doet er toe. Feilloos is belangrijk. Succes is sleutelwoord. Falen is taboe. Er is een verhaal, over mijn opa. Hoe hij geen belangstelling had voor genealogie. Reden? Wat als….. Wat als er een dief tussen zit. Of een moordenaar, wanbetaler of armoedzaaier. Liever wist hij dat niet.

Mijn opa is daarin niet de uitzondering. Vuile was hang je niet buiten. Punt. Dat geldt voor de meesten. Ik snap dat. En ook niet. Als bijv. Korea censureert. Als zij hun vuile was binnenhuis houden. Als ze geen vrije journalistiek willen. Als ze propageren dat alles goed is. Dan vinden we het niet oké. Belachelijk en bespottelijk. Is het zoveel anders?

Ik was altijd al een ‘papa’s kindje’. Denk dat het me niet altijd in dank is afgenomen.

Soms denk ik. Dat ophouden van het imago. Het in stand houden van het perfecte plaatje. Het houdt alles in stand. Situaties blijven zoals ze zijn. Omdat er geen bemoeienis is. We doen wat we altijd deden. Krijgen wat we altijd kregen. En in mijn geval is dit dat ik al ruim 9 jaar door mijn familie buitengesloten wordt. Redenen die genoemd zijn? Ik ben labiel. Ik ben jaloers (op mijn schoonzussen en moeder omdat die slank zijn) én ik ben dik. En omdat ik dik ben hou ik niet van mezelf. Dat is onmogelijk. En wie niet van zichzelf houdt……juist. Kan niet van een ander houden. Dit maakt me een slechte dochter, zus, moeder en partner.

Hoe krijgen ze het verzonnen. Ik hoop dat je dit denkt. Net als ik. Pogingen in gesprek te gaan lopen op niets uit. Ik zeg altijd ‘Praat niet over mij als je niet met me praat’. En dat eerste gaat sommigen heel goed af. Een schoonzus attendeerde mij erop. Dat mijn ouders zeiden ‘Wat Donja zegt; ene oor in en het andere oor uit’. Prompt daarop volgde ‘Dus wie denk je dat ze geloven?’. Ja, zij is aanjager. En oké; jij hebt gewonnen!

Onlangs werd mijn jongste broer 50. Gefeliciteerd nog. Ik hoorde dat hij 25 mailtjes stuurde. Mail met telkens 2 redenen. 50 redenen in het totaal. Mail aan vrienden. En bekenden. En blijkbaar stond ik in 1 van die mailtjes. Mijn foto en iets over bloed. Dat het dikker is dan water. Ik probeerde het mailtje ‘boven water’ te krijgen. Verspilde moeite zei men. Waarom vroeg ik? ‘Het is de moeite niet waard.’ En inderdaad. Ik dacht er over na. Ik woon op nog geen 1000 mtr. afstand. Ik heb een telefoon. Je weet waar mijn huis staat. Je weet misschien niet wie ik ben.(afgaande op de verhalen) En je weet al helemaal niet wie Mec is. Bloed is misschien dikker dan water. Maar de beller is ook sneller.

Tja, misschien moet ik het binnenkamers houden. Maar het is toch al ‘out in the open’. En ik voel me ernstig tekort gedaan. Door mijn ouders. En mijn broers. Ze hebben kostbare tijd verdaan. Mijn tijd. En die van Mec. Mijn prachtige zoon die zijn familie niet kent. Omdat ik een vreemd, naar, onuitstaanbaar, roddelend, moelijk, dwars, afgunstig en dom zou zijn.

Ik hoop echt dat dit beeld zich beperkt tot die huiskamer. Daar waar krankzinnigheid hem vooral zit in het demoniseren van mijn persoon.

Blood is thicker than water……….. Ze hebben gelijk ‘Het is de moeite niet waard’.

Ps ik wil de kanttekening plaatsen dat het mijn vader is die de enige is die al die jaren geprobeerd heeft het contact te herstellen.

Vleugellam

Steffie Hulsen en Jeanine Lanen; speciaal voor jullie lange zinnen

Mijn tuin is een zandvlakte met groen. Er staan enkele veel te grote bomen in. Een heuse walnoot, door mij geplant in 1993 bijvoorbeeld. Torenhoog prijkt hij boven de schutting uit, mooi groen, ramvol noten. En dan nog die druif en klimop die woekeren en mijn schutting aan binnen- en buitenzijde verstikken. De druif en noot hebben elkaar al stevig in de greep.

Mijn tuin, niet gecultiveerd en daarom komen er naast die eekhoorn ook best wat vogeltjes. En wat geniet ik daar toch van. Aan de ‘keukentafel’ sla ik hun leven gade. Mezen, Mussen, Lijsters, Roodborstjes, Merels, Duiven, Eksters, Sperwers, Kauwen maar ook vlinders, ze komen allemaal op bezoek.

Vleugellam

Regelmatig sta ik op vanuit mijn stoel. Dat is wanneer er weer een rover in de tuin zit en een moeder slaat alarm. Ik wil het gewoon gezellig houden voor iedereen. Zo heb ik een badje voor mijnheer en mevrouw Kauw. Trouw komen zij telkens drinken op de rand van dat badje. En ze bouwen elk jaar een nest in mijn dakgoot. Althans, dat proberen ze en daardoor heb ik elk jaar en zak vol aanmaakhout. Dat valt uit die goot op mijn terras, bergen. En ik zorg dat er te eten is en ruim mijn gevallen blad pas laat op in de herfst.

Ik verkneukel me telkens weer. ‘Heerlijk voor die vogels zo’n tuin waar ze zich kunnen verstoppen voor hun natuurlijke vijand. Daarom is het zeker zo druk. Afgelopen week zat er tot 2x toe een jong vogeltje in de keuken en dagelijks houdt het Roodborstje ons gezelschap. Genieten.

Tot gisteren! Mec en ik zaten in de kamer. Het viel Mec op dat Tosh, onze gebochelde hond, toch wel erg lang buiten was voor haar doen. Meestal wil ze gewoon zijn waar wij zijn. Ligt ze (tot ergernis) daar waar wij zijn. Staat ze op als wij dat doen. Nu niet. Dus toch maar even inspecteren. Hoor ik ineens ‘Nee! Tosh! Mama, Tosh eet een vogeltje op, ze zit er mee te spelen.’

Wel GVD dacht ik bij mezelf. Het zal toch niet waar zijn? Dus ik in rap tempo naar achter waar Tosh inderdaad jolig een vogellijkje in de lucht gooide. Één vleugel lag afgerukt in het zand. Het arme beestje had het niet overleefd. Er restte ons niets anders dan dat vierpotig monster naar binnen te jagen. Het kleine vogeltje belande in de groenbak, zijn moeder troosteloos piepend achterlatend.

Zij (en ik) zijn vleugellam. Net als die kleine trouwens.

RESPECT

7 letters. 2 lettergrepen. Veel. Heel veel. Lading. Positief en negatief. Keyword. Struikelblok. Mooi. Moeilijk. Verdienen. Verworven. Verkrijgen. Overschat. Onschatbaar. 7 letters. 2 lettergrepen. Aretha Franklin. Zij bezong het. Hans Kaldenbach. Hij beschreef het. Burgercultuur. Straatcultuur. Speak after me. R.E.S.P.E.C.T. Respect.

Vertrouwen en respect. Hand in hand. Verliefd. Verloofd. Getrouwd. Partners. Dat vertrouwen. Dat werd beschaamd. En ik. Ik zei de gek. Ik trapte erin. Met beide benen. Ogen wijd open. Hoe dan? 1x raden. Een vent 🙂 Liegen. Ik haat het. Ik doe het niet. Achterbaks. Stiekem. Oneerlijk. Nee. Nee. Nee. Mijn motto: Liever gekwetst door de waarheid dan getroost door de leugen. Bot. Direct. To the face. Yep; that’s me.

Die man. Ik schreef over hem. Een blog. Als deze. Blind vertrouwen… Beetje wel. Zijn beroep. Zijn verleden. Respect. Domme Donja.

Eerlijkheid. Beschermen. Vertrouwen. Oprechtheid. Communicatie. Empathie. Oplossingsgericht. Zomaar wat termen. Ik verwachtte ze. Vanwege dat beroep. Vanwege dat verleden. Niets van dat. List en bedrog. Liegen en bedriegen. Gebruiken. Misleiden. Calculerend. Manipulerend. Eigen gewin. En ik. Ik zei de gek. Ik trapte erin. Kwetsbaar. Op glad ijs. En op mijn bek.

Noordkade. Festival. Vrijdagavond. Ff kijken. Een vrouw. Oud collega. Ik sprak haar. Hoe het was. Met werk. Met leven. Met liefde. Liefde? Die man. Die uit je blog. Is dat X. Dat vroeg ze. Uhhh ja. Hoezo? Boosheid. Verwondering. Kwaadheid zelfs. Ze wist het. Ik dacht WTF. X en zij. Juist. Hij was haar ware. Haar stoere man. Haar schouder. Haar date. Nee. Niet voor mij. Niet na mij. Maar tegelijkertijd. Boos was ze. Ik ook. Maar anders. We spraken af. Ik ging er heen. Alleen. Beter. Voordeur. Muziek. Vrouwengelach. Hmmmmmm. Ik klopte aan. X opende. Een kier. Bloot bovenlijf. Kookschort aan. Die blik. Eerst schrik. Toen koud en kil. ‘Ik wil je nu niet spreken’. Nee. Duhhh. Snap ik. 2 zinnen. En dicht ging de deur.

Later. Die andere vrouw. Zij ging ook. Onbedwingbaar. Moest hem zien. Deur open. ‘Ben je geen verantwoording schuldig’ Maar ook ‘Donja, ik vind haar niet eens leuk’. Oké. We appten. De hele avond. Zij en ik. Over verraad. Gekwetste zielen. Ik wist. Hij paait haar. Mij niet. Hij is laf. Bang. Geen confrontaties. Een eerlijk gesprek. Dat wil ik. Hij niet.

Zij appt hem. Ik FB hem. Hij hield ons apart. Slim! Hij blockt mij. Op FB. Op Whatsapp. Haar niet. Zij was lief. Ik ben bijzonder. Dat zei hij. Bijzonder onaardig. Dat bedoelde hij. Althans. Dat denk ik. Ik haat negeren. Niets uitspreken. Vreselijk. Ik haat dat. Beetje vent belt me. Ik hoef niets. Geen relatie. Geen geld. Geen huwelijk. All I want is a little respect. Mijn vertrouwen. Je hebt het geschaad. Ondanks alles. Alle boosheid. Al het verraad. Zij is terug. Terug bij af.

Respect. Moet je verdienen. Jij denkt. Het is een recht. Vanwege je beroep. Vanwege je verleden. Niet wat je deed. Wat je doet. Dat telt. Respect. Niet voor jou. Niet nu. Niet meer.

Vol-maakt

Fatshaming. Vreselijk. Stigmatiseren. Het is hip. Nog steeds. Ook anno 2019. Body-positivity. Me reet! Mijn lijf, mijn probleem. Oordelen. Dag in, dag uit. Vermoeiend. Dodelijk vermoeiend. Het moet stoppen. Hier! Vandaag!

Ik heb vet. Ik weet het. Ik draag die last. Niet jij. Last? Jazeker. Het is zuur. Al die meningen. Al die oordelen. Over mij. En alle dikkerds. Een vloek. Uitschot. Maatschappelijk last. Vernietig ‘het’. Niets menselijks. Obese promotors. Levensgevaarlijke gekken. Dat zijn wij. De dikke mens.

Tess Holiday – Munster; eerst plussize model op cover cosmopolitan.

YouTube. Een etalage. Een venster. Diversiteit. Unieke zielen. Ze huizen daar. Crystel Coons SometimesGlam. Kandy Foxx. Emma Tamsin. Kellie van And I get dressed. Justine Kay. Josine Wille. Tess Munster. Nee, niet Monster. Zomaar wat namen. Helden. Mijn helden. Dikke helden. Met lef. Zij tonen zich. Hun vet en rollen. Op de koop toe. Appels. Peren. Zandlopers. Wijnglazen. Vet!

Deze dames. Zij helpen mij. Aanvaarden. Accepteren. Liefhebben. Koesteren. Dat. Wat van mij is. Die lymfoedeem benen. Die te grote boezem. Die enorm dikke kont. De baby pouch. Zoals het komt. Want zo blijft het. Nimmer. Nooit word ik slank. Strak. Begeerlijk. Slank zijn. Het maakt me niet beter. Liever. Leuker of Slimmer. Sommigen. Zij denken dat. Dat het me beter maakt. Zoals mijn ouders.

De allerliefste vriendin. Ik heb haar. Ongetwijfeld. Positief. Altijd hartelijk. Onbaatzuchtig. Ook zij helpt. 35 jaar. Zo lang duurde het. Blote benen. Onderbenen. Onzekere stappen. Wat? Hoe? Nerveuze blikken. Maar ik ga. Dankzij hen. Dankzij haar. Lucht. Bevrijding. En zij kent de klappen. Die van de zweep. Ze is er ook ‘eentje’.

Vandaag. We gingen shoppen. Bovenarmen. Ellebogen. Haar onzekerheid. Altijd mouwen. Echt altijd. Ik wil haar bevrijden. Van die last. Het is onnodig. Niemand sterft. Krijgt iets. Van haar armen. Haar ellebogen. Die leuke top. Ze liet hem hangen. Te korte mouwen. Ik overtuigde haar. Pas hem. Fuck it! En hij stond leuk. Heel leuk. Zij overtuigd? Absoluut niet. Dus verkoopster. Vertel. Wat vind jij? Verbazing. Echt. Zegt ze ‘Ik snap wat je bedoelt, het moet niet korter zijn. Dit kan net. Anders is het niet mooi’. What the fuck? Hoezo? Niet mooi. Jouw hoofd. Ook niet mooi. Een zak erover. Doe jij ook niet. Is het zoveel anders? Slechte verkoopster. Erger nog. Wat bezielt men? Waarom?

Woest. Dat word ik. Lelijke mensen. Dat zijn het. Die met waarde-oordeel. Die mij beperken. En mijn vriendin. Het mooiste mens dat ik ken. Herdefiniëren. Dat moet men. Wij. Zij en ik. Anna en Justine. Emma en Kellie. Vol-maakt. DAT zijn we. Dikke pech. Voor jullie!

%d bloggers liken dit: