Fly baby, fly!

Vandaag werkte ik thuis. Gewoon aan de keukentafel. Op mijn laptop was ik rustig aan het werk. Muziekje aan en Mec naast me. Hij was bezig met studeren (al blijkt dat allemaal voor niets). Het was relaxed en stil op het achtergrondmuziekje na.

Ineens, vanuit het niets, rare, vreemde geluiden. Alsof een toilet door werd getrokken maar dan anders. Mec en ik keken elkaar vol ongeloof aan. WTF is dat? En terwijl we elkaar verontwaardigd aankeken dwarrelde door het zwarte afdekrooster de eerste roetvlokken naar beneden.

Gadver nee. Een rat zeker. Dat zei ik tegen Mec die me aankeek alsof hij het in Keulen hoorde donderen. En weer rare geluiden uit het rookkanaal. Er zat zeker te weten iets. Iets wat leeft. Wat prees ik mezelf gelukkig dat ik dat ding voor dat gat heb gehangen. Stel je voor dat het een rat is die zo je huiskamer binnenvalt. En ratten hadden we genoeg gehad rondom (en in) huis. Ik heb ze zo de muur omhoog zien lopen. Zeker 10 oogjes of meer die mij aanstaarden van boven de pergola als ik in de avond naar buiten ging.

En toen werd het stil!

Het kan ook niet, zei ik tegen Mec. Er zit zo’n rooster op de schoorsteen, het moet iets anders zijn.

Snel, snel gingen we in mijn pauze samen boodschappen doen. Toen we terugkwamen lag er een grote plek roet op de vloer. En weer geluiden. Mam kijk, er steekt iets scherps uit zo’n gaatje. Ik scheen met mijn telefoon door het rooster en zag de klauwtjes. OMG wat is dít nu weer. Hoe dan? Snel belde ik mijn beste mannelijke vriend die meteen kwam om de vogel te bevrijden. Ik wilde het zelf wel doen maar Mec had er niet zo’n trek in. Vlot en kundig werd mijnheer of mevrouw Kauw bevrijd uit de benarde positie. En met diezelfde handigheid hing Micha de afdekplaat terug en wierp de Kauw de lucht in nadat deze hem nog in zijn duim beet.

Wel grappig. Ik woon al sinds Mei 1993 in hetzelfde huis en nooit had ik ongenode gasten. Nu, 28 jaar later, zat er in mijn huis, onvrijwillig een kauw in lockdown. Ik heb het al zo vaak gezegd; toeval bestaat niet!

Fly bird, fly. Enjoy your freedom!

Hoop, geloof en liefde.

27 februari 2020, mijn 52ste verjaardag én de dag waarop het RIVM officieel bevestigt dat in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg een SARS-CoV-2 virus infectie is vastgesteld. Op 30 december 2019 in Wuhan, de hoofdstad van de Chinese provincie Hubei wordt voor het eerst melding gemaakt van dit virus. Vooral bezoekers en werknemers van de Huanan vismarkt in Wuhan waren besmet.

Amper een week voor die 52ste verjaardag ging ik in Eindhoven naar Pathé. Ik liep met mijn gezelschap door de binnenstad van Eindhoven. Het was carnaval en vreselijk druk. Niemand leek zich ook maar enig moment zorgen te maken. En ondanks de verontrustende berichten uit het buitenland hield onze overheid zich redelijk afzijdig. Je struikelde over de dronken mensen en op de Markt in Eindhoven leek het één grote orgie. Dit met direct gevolg, een genadeklap voor de provincie Noord Brabant.

We zijn bijna 10 maanden verder. Ik heb het gevoel in een slechte film te zitten. Ik ben het totaal niet eens met onze regering en kan heel goed beargumenteren waarom. Voor mij is het geen vraag of er een dubbele agenda is, ik vraag me af waarom er nog zijn die hieraan twijfelen. De volgzaamheid vind ik verontrustend en het gebrek aan verdraagzaamheid eveneens. Er zijn twee pijlers die dit in stand houden, angst en schuldgevoel. Als je aangeeft dat de maatregelen veel te ver gaan dan wordt je aangevallen en wordt er ingespeeld op je gemoed. Je zou niet geven om onze ouderen en kwetsbare in de gemeenschap. Bullshit! Maar ik geef ook om mijzelf en onze jongeren waarvan ze altijd riepen ‘dat die de toekomst hebben’. En ik, ik vraag me dan af ‘Welke toekomst?’

Tuurlijk wil ik niet dat mijn ouders ziek worden, of wie dan ook. Beiden zorgen we ervoor dat de kans op besmetting tot een minimum beperkt wordt. Mondkapjes helpen daar mijn inziens niet aan. Is het je nooit opgevallen hoe een ieder dat vieze vol gekuchte en ongewassen ding met de blote hand uit de jaszak haalt om het op te zetten voordat men de winkel in gaat? Veel winkels hebben de hygiëneregels al aan de laars gelapt en gaan er vanuit dat je je kar of mandje zelf reinigt. Valt het je op hoe vaak men dat niet doet? En met diezelfde handen, die net dat mondkapje vast hadden, worden in de supermarkt de koeldeuren opengetrokken door Jan en alleman. Niemand die erbij staat met handschoenen om dat voor je te doen. En al die mensen die nooit een kar of een mandje gebruikte maar gewoon hun eigen tas van huis uit meenamen zijn nu verplicht zo’n verontreinigd ding mee naar binnen te nemen. Zogenaamd voor de telling. En dat allemaal onder de mom van de volksgezondheid. Ik denk dan, volksgezondheid? Heeft iemand nog gezond verstand? En ik wil niemand beledigen want we hebben allemaal onze eigen standpunten en dat mag.

Uren kan ik hier over nadenken en zou ik er over kunnen praten. Maar ik doe het niet. Met uitzondering dat ik nu iets aanstip.

Gisteren, ik was overdag op mijn slaapkamer. Het rolluik was dicht en de verduisteringsgordijnen ook. In dat donker viel mijn oog op het enige lichtpunt in mijn slaapkamer. De laatste zonnestralen tikte het hoofd van mijn Christusbeeld aan. Deze heeft, bizar genoeg, al jaren een mondkapje vast en het huis van liefde op zijn hoofd dat Mec en ik ooit maakte. Ik aanschouwde dat tafereel en dacht ‘De aarde roert zijn staart, het wil me iets vertellen: Hoop (lichtpunt), geloof (Christus) en liefde (zijn hoofddeksel).

Laten we hopen dat ons geloof in de liefde het wint van de angst. Fight your fears and don’t fear your fights!

Stay safe! Stay Sane.

Dood-gewoon

Covid-19, de eenzame dood of eenzaamheid en dood. Het zijn voor mij twee woorden die onlosmakelijk verbonden zijn aan het virus. Hoe een, met het blote oog niet waarneembaar, organisme de wereld in haar greep kreeg. Hoe de woorden overlijden, ziekte en ook eenzaamheid in de top 5 kwamen van 2020. Hoe verdrietig is dat?

Eén van de bijkomstigheden van Covid-19 zijn de ruim 5.000 minder kanker diagnoses in de periode waarin Covid overheerste. Niet dat deze mensen niet ziek zijn, maar er is geen oog voor ze. Ze zijn ineens, hoe vreemd ook, geen prioriteit. En zo sterven er indirect meer mensen aan Corona dan nodig. Mijn tante, zij is er ééntje van.

Laatste werk van mijn tante in Albast. Elke week ging ze met mijn moeder beeldhouwen.

Mijn lieve oude tante. Dit jaar stond ze een broer en zus af welke beide een stilte afscheid hadden. En nu, nu heeft ze zelf een maand terug te horen gekregen dat ze terminaal is. Slechts 2 tot 3 maanden gaf de MLD arts haar. Het is raar, ik zag haar als een onsterfelijke vrouw. Ze is een soort held, zo wil ik ook oud worden! Dat is wat ik wist. En daarnaast is ze als een tweede moeder. Altijd was ze er voor me, ze gaf me vertrouwen en begrip en vriendelijkheid.

En na een paar weken van intensief bewust afscheid vandaag bericht op de familie-app. Dat ze moe is, dat ze graag wil slapen. De ziekte eist zijn tol. Het gevecht is geleverd en haar strijd grotendeels gestreden. Toen ik die app las: dat ze moe is, dat ze wilde slapen dacht ik terug aan een (jonge) vriendin van me. Zij had ook kanker en aan het einde van haar strijd belde ze me ooit huilend en in paniek op. In tegenstelling tot mijn tante wilde zij juist niet slapen. Nooit, maar dan ook nooit vergeet ik dat gesprek. Het was overdag. Dikke tranen en diepe zuchten, ze was zo ontzettend moe. Ze vocht tegen haar slaap en was doodsbang. Letterlijk. Enorme angst om niet meer wakker te worden. Daar moest ik even aan denken. Die angst kent mijn tante niet, gelukkig.

Hoe dan ook, 2020 is een rotjaar waarin liefde letterlijk besmettelijk lijkt te zijn. Waarin omarmen bijna een doodsteek is. Waarin familie vervreemd, waar handen schudden respectloos is en waar de dood doodgewoon lijkt te zijn geworden.

Let love rule! (vergeet niet lief te hebben ondanks het virus)

Solliciteren monnikenwerk

Solliciteren, het meest ondankbare werk en taakje dat ik ken. Het kost ongelooflijk veel tijd en geduld (wil je het goed doen) en het levert me behalve afwijzingen nooit iets op. Ja frustratie, als ze weer eens niets van zich laten horen. En dat gaat al jaren zo!

Altijd zijn er betere kandidaten. Altijd pis ik langs de pot. Altijd wensen ze me succes en altijd is de vacature opgevuld met de beste. Doch regelmatig duiken die vacatures dan toch weer op. Op LinkedIn, Indeed, Neuvoo, Olympia, Joob, Jobtome, werkeninnoordoostbrabant, werkinmeierijstad, jobs.fontys en vele anderen aanbieders. Dagelijks stroomt mijn mailbox vol met (potentiële) afwijzingen.

Vroeger liep ik echt alles af. Hive, Walk & Talk voorheen Werk en Inspiratie, netwerkborrels, vacaturedagen bij gemeenten, banenmarkten zoals die van het Techniekhuys in Veldhoven en noem maar op. Samen met Marion de Laat en Arno van Uden. Functioneel en gezellig, dat wel. Ik volgde daar menig workshop. Solliciteren kun je leren. Hoe schrijf je een goede sollicitatiebrief. Waaruit bestaat een motivatiebrief. Hoe presenteer je jezelf. Hoe pimp je LinkedIn. Wat is een goede elevatorpitch en noem maar op. Ik weet het allemaal, heb het allemaal gezien en gedaan.

Ik heb de arrogantie te denken dat ik een goed werknemer ben. Loyaal, goed in mijn werk, gedreven, passioneel. De banen waarop ik solliciteer daarop reageer ik omdat ik denk dat ik serieus van toegevoegde waarde kan zijn. Maar het vervelende is dat HR mensen een beperkte selectiemethode hebben. Wil ik uitgenodigd worden op een gesprek dan moet ik liegen op mijn CV. Ik wil het niet maar voel me ertoe genoopt. Wie weet waag ik nog ooit die stap

And as we speak valt afwijzing 843 op de digitale deurmat. ‘We hebben veel reacties gehad op deze vacature. Jouw sollicitatie en CV hebben we met interesse gelezen. Een aantal kandidaten past beter bij het profiel dat we zoeken. Met hen gaan we in gesprek.‘ Yeah sure. Zo nu en dan stuur ik dan nog een briefje terug waarin ik ze bedankt voor het bericht. Ondanks de boodschap. En dan wens ik ze succes met de op één na beste kandidaat.

Misschien dat ze me in Hemelum willen. Klinkt goed right? Maar ik vrees dat ik zelfs afgewezen word voor de ‘functie’ van Benedictijns monnik. Terwijl ik zo verdomd goed ben in monnikenwerk.

Lang zal ze leven!

Mijn moedertje, vandaag is ze 80 jaar geworden. En wat twee dagen feesten had moeten zijn werd ‘eenzame’ opsluiting. Dan wel met de, voor haar, leukst mogelijk denkbare man; mijn vader. Maar social distancing is het advies. Anderhalve meter maar liefst en dat advies nemen we heel serieus.

Mijn broers en ikzelf hebben elkaar al 10 jaar niet gesproken. Dit tot verdriet van onze ouders. De grootste wens van ma, haar kinderen bij elkaar, op haar 80ste verjaardag. Dat leek een onmogelijke opgave. Ik wilde wel in de tuin zingen, zoals mijn pa vroeg, maar niemand nam initiatief. Maar, waar Corona mensen uiteen drijft bracht ze ons bijeen.

Gisterenavond laat, ik baalde van de situatie. Het moest toch mogelijk zijn mijn moeders wens te vervullen. Met een sluipmoordenaar als Corona om de hoek realiseer je jezelf hoe kwetsbaar en broos het leven is. Ik trok mijn stoutste schoenen aan en mailde mijn broers. ‘Stuur me s.v.p een filmpje waarin je ‘Lang zal ze leven’ zingt. Ik monteer het dan wel tot 1 filmpje. Zo zijn we toch beetje bij elkaar. En, zo redeneerde ik, iets is beter dan niets.

Dave mijn jongste broer (foto) reageerde meteen. ‘Leuk maar laten we dan zingen in de tuin’. Mijn plan, zei ik, maar dan moet jij Laurens overhalen. En zo geschiedde. 10 jaar na het begin van het einde waren we weer samen. De onenigheid begon namelijk in Antwerpen waar we mijn moeders 70ste verjaardag vierden. En nu zongen we uit volle borst ‘Lang zal ze leven’ in de tuin. Op veilige afstand van elkaar, want door Corona was het perfect legaal wat afstand te houden. En wat genoot ze, onbetaalbaar, die lach en die traan.

Tuurlijk had pa ook aan ons gedacht. In de tuin stond een tafel met daarop gevulde eieren, meloen en champagne. Dave had voor iedereen een taartje om thuis te proosten op ma’s verjaardag. Ook leuk! Het was zo raar. Daar stond ze dan, klein maar dapper. Ver van ons af, overmand door emotie. Met een grijpstok werden enveloppen uitgewisseld. Kussende lippen werden gescheiden door een glazen wand. Er was afstand maar nooit eerder waren we zo dicht bij elkaar.

Thuis aangekomen kregen we bezoek van DIS. Teun had een waar feestmaal bij. Het was voortreffelijk. En veel. Veel teveel. En zo werd deze dag, die door Corona een slechte start maakte toch nog een dag om nooit te vergeten. En wat er ook gebeurd is, wat er ook gezegd is, ik realiseer me vandaag meer dan ooit. Mam ik hou van je!

Lang zal ze leven!

Leeftijd; ‘een gewoon of significant getal?’

For me ages is defined by the way we think & operate, right? Age is just a number to keep track of the development of body cells. The way we think has a really big impact on our cells. I believe this is the best way to keep the body young. for some reason.

28 jaar is hij. Mahavir, een Indiër die in Londen woont. Heel recent stuurde hij mij dit bericht op Lexa. Een datingsite. En echt waar, er staat gewoon dat ik 51 ben en mijn foto’s zijn up-to-date. En geloof me, hij is niet de uitzondering. Mahavir wil vanuit Londen naar Nederland vliegen voor een date. Een date met een belegen kaasje.

Deze zomer nog zwoer ik NOOIT te daten met een man jonger dan 45 jaar. Ik werd erom uitgelachen. Door jongere mannen. Door ‘oudere’ dames. Mannen van mijn leeftijd niet. Zij begrepen het wel. Waarschijnlijk uit angst. Wat als zij noodgedwongen moeten uitwijken naar de 70+ categorie? En eerlijk; kijk voor de grap naar Dré en Bridget, de hoon en spot. Ikzelf was ook zo hoor. Maakte dit soort relaties belachelijk en zij maakte zichzelf onsterfelijk belachelijk. Zo redeneerde ik.

Maar toen. In Augustus kwam hij voorbij. De knappe, lastige, volhardende, eigenwijze, intelligente, andersdenkende man. 38 jaar was hij en ‘he got under my skin’. Hij wilde niets weten van mijn principes. Ik was ‘rigid’ en hij wilde een kans. Hij gaf niet op omdat ik graag moeilijk wilde doen. Ik had 2 dates met hem, talloze telefoongesprekken en veel, teveel, discussie. Het mocht helaas niet zo zijn.

Nu word ik donderdag 27 februari 52. Ik zou liegen als ik zou zeggen ‘Doet me niets’. Want het doet me wel wat. Maar Mahavir en de onbekende man hebben mijn kijk veranderd. Toen er ooit een jonkie wilde daten zei iemand me ‘Hij is misschien jong maar hij is toch volwassen’. Zo had ik het ook nog niet gezien. Je draagt de last van je eigen vooroordeel. Het is lastig onbevangen te genieten als je bent geworden wat je voorheen bespotte.

Maar goed, 52 dus. Als een man vroeger tegen me zei ‘Leeftijd is maar een getal’ dan zei ik altijd ‘Een significant getal’. En ik begrijp mensen die leeftijd zien als (praktisch) probleem. Ik heb mijn lessen geleerd en denk vaak aan hoe het bericht van Mahavir eindige : For some reason I feel like gravitating towards you. I feel like I have an old soul at times.

Voor mij is leeftijd geen reden meer om een ander geen eerlijke kans te geven in de liefde. En daarom zeg ik met een heel klein beetje pijn in mijn hart ‘Welkom 52’.

‘Mama, wel door het speciale straatje hè’

Zo nu en dan gaan Mec en ik naar de friettent. Naar cafetaria Van Oranje. Twee kleine friet satésaus. Twee kroketten. Twee kleine milkshake vanillië zonder siroop. Steevast vraagt men ‘Gewoon ijs?’. Steevast antwoorden wij ‘Ja, alleen ijs.

Naar huis, dat wil Mec daarna nooit. ‘Ik heb geen zin om naar huis te gaan’. Ook dat is vaste prik. En zo kwam het. Lang geleden gingen we daarna weleens naar Aa-broeken. Even wandelen. Even uitbuiken. In dat mooie stukje Veghel. Bij Oranje rechtdoor. Dan het zandpad bij de scouting. Over de brug. Bestemming bereikt!


Het zandpad. Dat vindt hij leuk. Gortdroog in zomer. Modderig in herfst. Driften in de avond. En lol dat hij heeft. Onbetaalbaar. Het plezier. Altijd weer. En heel vaak zei ik. Waarschuwde ik hem. ‘Mec, dit gaat ooit fout’. Maar dat deerde hem niet. Want het ging nog altijd goed. GING!

Vandaag bij Oranje. Eenmaal in de auto. ‘Mama, wel door het speciale straatje hè’ Dat zei hij. Ik waarschuwde hem. “Mec dit gaat een keer fout’. Eerst zeurde hij. Dus ik weer ‘Dadelijk gaat het fout hè. Glijden we de Aa in. Verdrinken we. Krijgen we kramp. Daar in dat ijskoude water.’ Voor het eerst. Twijfel. Maar toen stonden we er al.

Ik zag hem glunderen. Maar ook angst. Wat als we echt glijden. Die Aa in. Dat ijskoude water in. En verzuipen. En ik dacht. F.ck it, let’s have some fun. In het donker. Dat pikkedonker. Ik zag niets. Ineens diepe sporen. Vol water. Vol slijk. We gingen langzamer. En stonden stil. Muisstil.

Gas. Spinnende wielen. Enorme rookpluimen. Ik uit de auto,. Karton onder de wielen. Boodschappentassen ook. Teruguit rijden. Niets. Trekkabel vastgemaakt. Trekken. Duwen. Niets. Op mijn knieën. Slijk zat tegen de bodemplaat. De modder zoog ons vast. Blote handen. Graven. Mec die had zijn Nike’s aan’. Die stond op sokken. Niets te doen. Ja, te filmen, lachen en klagen.

‘Bel opa’ zei Mec. Opa bellen? Ik vraag eigenlijk nooit om hulp. Zeker niet van opa. Ben ik te trots voor. Maar dan wat? Na zo’n 20 minuten. Ik bel toch maar even. Ma nam op. ‘Pa….die zit net in de sauna. Waarom? Moet je hem hebben? Uhhhh, als het kan. Even later was hij daar. Die ouwe van mij. Hoewel we onze geschillen hebben. Hij was er. Hij kwam te hulp. Onze reddende engel. Zonder morren. En dan besef je weer. Die man is goud.

Het kost Mec een etentje. Dat zei opa voordat hij kwam. En Mec. Mec besloot met te zeggen: ‘Nou hoeven we nooit meer door het speciale straatje mam’.

Nog steeds die ogen…..

Onze bank. De grote blauwe bank. En de eettafel. Dat zijn de plekken. Onze ‘ontmoetingsplekken’. Tegenwoordig dan. Daar gebeurd het. Daar zijn we nog ‘moeder en kind’. Weinig gekibbel. Ondanks onze transitie-teit/tijd. De zijne. De puberteit. De mijne. De meno-pauze.

De beste plek. Die heb ik. Op de bank bedoel ik. Mec ligt/zit naast me. Gelukkig! Die hele lange benen. Die liggen op mij! Geen voetveeg. Maar voetenbank. Dat ben ik. Voor hem dan. Het ligt lekkerder. Plaats zat hoor. Op de bank. Toch doet hij het zo. Lief maar onhandig.

Donja 1968

Veghelse gratis markt. Een Facebook groep. Ik scrolde er doorheen. Daar was hij. Een voetenbank. Zwart en leer. Gratis. Daar ben ik van. Het gratis. En goed is goed. Die is van mij. Dus reageerde ik. ‘Kom maar halen’. Dat schreef ze. Via messenger. We spraken af. In de middag. Ik reed er heen. Samen met Mec. Na een middagje Uden.

Mec is 17. Die bleef zitten. In de auto. Uiteraard. Ik liep naar nr. 22. In Veghel. Belde aan. Honden sloegen aan. De deur ging open .Eerst die snoet. Van een collie. Toen een vrouw. Vriendelijk ogend. Met een glimlach. Voetenbank in de hal. Tussen ons in.

Haar gezicht betrok. Hand op de kin. ‘Uhhh, Donja toch?’. ‘Uhhh, ja :-)’- ‘Van Ton?’ vroeg ze. ‘Klopt, van Ton’ zei ik. ‘En Bet…uhh’. ‘Betty, vulde ik aan’ ‘Ja Betty, zo was het’. ‘Goh’. Toen zei ze. ‘Ik heb jou pap gegeven als baby en in badje gedaan.’ Haar trekken verzachten. ‘Oh, wat leuk’ zei ik. Hoe oud was je dan? Toen je dat deed? Hoe kwam het? Was je een buurmeisje?

Ik was 14/15. Via een advertentie. Ik woonde op ‘t Zuid. Vervolgde ze. Goede herinneringen. Die blijven bij. Jouw ogen ook. Als baby al. Je hebt het nog steeds. Die ogen….. Wow, wow, wow, dacht ik. Ze vertelde: Ik kwam in de ochtend. Je zat in je stoeltje. Ik moest je pap geven. En in badje doen. Je moeder was vaak weg. Je vader zag ik bijna nooit. Ik zat soms hele dagen alleen. Met jou en je broertje. Ik luisterde ademloos. Toen je reageerde. Ik dacht ‘Zou het’. Ik ken namelijk maar 1 Donja. Dat ben jij. Ze opende de tussendeur. Enthousiast zei ze ‘Ze is het, je weet wel Donja.’. Je mag wel binnenkomen.

Het ratelde. In mijn hoofd. Altijd eigenlijk wel. Jeetje, Laurens en ik. We werden alleen gelaten. De hele dag. Met een 14/15 jarige. Zij had de zorg. Over 2 kindjes onder 3 jaar. Pffff. Ik weet. Andere tijden. Andere mentaliteit. Toch confronterend.

Mec moest uit de auto. Even kennismaken. Met deze vrouw. De lieverd. Even delen. ‘Ons verhaal/verleden’We kletste nog. Over haar leven. Haar gezin. Haar honden. En het voetenbankje. Die avond. Lagen Mec’s voeten daar. Op dat bankje. Een bankje, met een bijzonder verhaal.

Toeval…..het bestaat niet.

Nooit zul jij kinderen krijgen

De helft van mijn kinderloos leven. Minimaal. Zo lang al. Nooit zou ik kinderen krijgen. En nooit was nooit. Mijn hormoonlevels. Zo uit balans. Zelfs spuiten zou niet helpen. De balans herstellen. Dat ging ook daar niet mee. Zo verzekerde ze mij. In Bernhoven.

Eerst Lips. Gynaecoloog Bernhoven. Daarna Ruis. Henk Ruis. Geen onbekende. Hij kwam in opspraak Met zijn kliniek. Voor vruchtbaarheid. Toen nog gewoon gynaecoloog. De mijne. Bijzondere man. Ik mocht hem. Zijn bevlogenheid. Passie. Zijn honger naar kennis. We waren gewaagd. Aan elkaar. ‘Van Heeswijk, neem nou van mij aan dat jij NOOIT kinderen zult krijgen’. Dat zei hij vaak. Als ik iets gelezen had. Over behandelingen. Van PCO. Oestogeendominantie, Amenorroe of endometriose.

Begin 2001. Carnaval in Ivrea. Italië. Sinaasappels gooien. Fenomenaal. En werken. In Torino. Wie Italië zegt, zegt eten. Lekker eten. Ook in Torino. We liepen binnen. In het restaurant. Hij zat aan een tafel. Achterin. Een Tarotkaart lezer. Hij wilde kaart leggen. Tuurlijk dacht ik. KASSA. Met Alfredo (Italiaanse ex) als tolk. Ik nam plaats. Ik mocht wat vragen. En hij zou vertellen. Over mij. Mijn toekomst. Zijn voorspelling? Ik zou moeder worden. Van een zoon. Op mijn 34ste levensjaar. Lachend gingen we. Bespottelijk. Zie je wel. Geldklopperij. Dat zeiden we.

Totdat, 29 april 2002. Ik was er weer. In het ziekenhuis. Op controle. Had vage klachten. Zoals zo vaak. Dus weer een echo. Eerst inwendig. Ik keek naar Ruis. Hij keek. Op de monitor. Hij trok wit weg. Uitwendige echo. En toen ‘Wat zou je ervan vinden als je zwanger bent en niet zo’n beetje ook’. Een lachsalvo. Die volgde. Met de woorden ‘Dat kan toch niet’. ‘Dat dacht ik ook’ zei hij. Kleed je aan. Ik zit hiernaast. Weg was hij.

Daar zat hij. Hoofd gebogen. Kaartje voor zich. Hij speelde ermee. Vluchtig keek hij op. ‘Je bent ruim 22 weken zwanger. Kom morgen terug. Als je abortus wil moet dat snel. Overmorgen trouwens. Morgen is het Koninginnedag. Maak maar een afspraak bij de assistent. Hij stond op. Verontschuldigde zich. En weer vertrok hij.

Vier maanden later. Op de 26ste. 26 augustus kwam hij. Werd hij gehaald. Dat klein wonder. Van 3980 gram. Met een bos donker haar. En de arts? Die deed afstand. Van mij. Als patiënt. Eén keer nog, sprak ik hem. Nooit was iemand zo blij. Blij met een blunder. Een medische blunder. Blij als ik. Want Mec. Onvoorwaardelijke liefde.

Hieperdepiep hoera lieverd. 17 jaar al mijn nummer 1. Fijne verjaardag

Julie & Anne

29 september 2017. Wie herinnert zich het niet. De foto’s van Anne. Anne die een stuk ging fietsen. De prachtige 25 jarige blondine uit Utrecht. Natgeregend. Het peace-teken gebarend. Die foto. Hij staat in mijn geheugen gegrift. Ik kreeg een onheilspellend gevoel bij de aanblik van die foto. Ken je dat? Dat gevoel? Michael P. Officieel hadden ze elkaar daar nog niet gezien. Die blik…..

Dan wordt het 4 mei 2019. De eveneens prachtige Belgische 23 jarige Julie van Espen verdwijnt. Ook zij is onderweg. Naar haar vriendinnen. Zoals wel vaker. Op haar fiets. Ook zij raakt vermist. Dit keer geen foto van Julie. Maar een foto van S.B. De Michael P van Antwerpen.

Foto van AD

Augustus 1984. Ik was 16. Liep in de supermarkt. Ik denk AH (maar zat die er al?) De radio stond aan. Mijn aandacht werd getrokken door het nieuws. Door een vermissing. Van een 19 jarig meisje. Germa van de Boom. Dit nieuws. Een heftige aanranding dat jaar. Met carnaval. Waar ik doodsangst uitstond. Hier begon het…..

Hier begon mijn fascinatie. De fascinatie voor de dood. Onnatuurlijke dood. Moord dus. Ik ben geen lezer. Heb er het geduld niet voor. De rust. Maar ik las er veel over. Ik ben niet pervers. Maar ik wil het begrijpen. Hoe je achteloos mensen dumpt. Achterlaat voor vuil. Hun identiteit ontkent. Hun bestaan. Voor een adrenaline rush. Gebruiksvoorwerpen. Mensen die gebruiksvoorwerpen verworden.

Terug naar nu. Dit weekend. Zoonlief ging naar Solex Race in Heeswijk Dinter. Met zijn vrienden. Hij bleef logeren bij een vriend. Twee nachten. Zijn vriendinnetje ging ook. Met haar vriendinnen. Afzonderlijk van elkaar. Het zal hip zijn.

Het was na vieren ‘s nachts. Ik hoorde voetstappen. Ze kwamen de trap op. Gerommel aan de tussendeur. Boven aan de trap. Mijn adem stokte. WTF. Mijn hart bonkte. Hard. Mec was logeren. Indringers? Ineens geklop. ‘Hallo’. ‘Mama, maak even open’. Mec klonk. Hoe dan? Wat dan? Om 01:00 ging ik slapen. Hij was toen daar. Zou tot 03:00 blijven. Bij Solex Race. Dan bleef hij logeren. Ruzie?

Ik stond op. Strompelde naar de deur. Opende. “Wat doe jij hier?’ Hij: ‘Ik heb je toch net ge-appt’ (om 04:07 had hij geappt ‘ben bijna thuis’). Ik zei: Je bleef toch slapen? Waarop hij zei ‘Klopt. Maar V (zijn vriendinnetje van net 16) moest dan van Heeswijk alleen naar Mariaheide fietsen. Dat vond ik geen goed idee. Jij ook niet weet ik. Daarom heb ik haar maar thuis gebracht.’ Mijn hart bonkte. Hard. Trots op zijn besluit!

Germa. Ze is nooit gevonden. Dat ze dood is. Dat is zeker. Zoveel roofdieren. Gekken. Zieke geesten. Tijdbommen. Dieven. Wees zuinig. Op elkaar. Er zijn er al teveel. Ann, Eefje, Germa, Nicky, Nicole, Melanie, Diya, Maja, Milly, Savannah, Romy etc. etc. Oh ja, en natuurlijk Anne en Julie.

%d bloggers liken dit: